De Geschiedenis

Reeds eeuwen houdt men zich bezig met de logistieke ondersteuning van schepen welke ver van hun thuishaven opereren. In de tijd van admiraal de Ruyter bestonden er al z.g. ¨behoefteschepen¨. Dit waren schepen die extra munitie, voedsel, tuigage enz. voor de schepen vervoerde. Met de komst van het stoomtijdperk ontstonden er bunkerhavens waar men kolen kon laden. Er veranderde niet veel in dit bevoorradingssysteem toen men rond 1920 overging van kolen naar vloeibare brandstof. Dat deze methode van bevoorraden een kwetsbare was, werd reeds voor W.O.II door de Duitse Kriegsmarine onderkend. Bij de opbouw van haar vloot hield ze daar terdege rekening mee. Zo beschikten de Duitsers bij het uitbreken van W.O.II dan ook over een aantal bevoorradingsschepen. De ontwikkeling van het bevoorraden op zee zette zich gedurende W.O.II voort. Vooral de Amerikanen die in de Stille Oceaan opereerden hadden groot belang bij een goede logistieke ondersteuning. Deze manier van bevoorraden heeft er in sterke mate aan bijgedragen dat de geallieerde vloten met de bijbehorende vliegtuigen en amfibische strijdkrachten op een voor de vijand vaak verrassende wijze hun operaties konden uitvoeren en zodoende de oorlog tot een goed einde wisten te brengen.

De Koninklijke Marine

Tijdens W.O.II had de KM koopvaardijschepen als voorraad- en reparatieschepen in gebruik. In het voormalig Nederlands-Oost-Indie beschikte de gouvernementsmarine vlak voor het uitbreken van W.O.II over een nieuw betonnigs- bergingsschip dat i.v.m. de oorlogsdreiging ingericht werd als torpedomoederschip voor de eerste divisie torpedomotorboten te Soerabaja. Dit was het eerste schip met de naam ¨Poolster¨

Op 1 maart 1942 werd dit schip door de bemanning op de rede van Tandjong-Priok tot zinken gebracht. Het schip werd op 1 september 1943 door de Japanners gelicht en verbouwd tot een vrachtschip, "Horai Maru no.7" genaamd. Op 1 november 1944 is het schip tot zinken gebracht door de onderzeeër USS Ray (SS-271)

In 1960 kwam er tijdelijk een BOZ-tanker voor de KM in de vaart. Het was de in 1954 gebouwde turbine tanker ¨Mijdrecht¨ van de Rotterdamse Rederij PHs. van Ommeren. Een schip met 20.200 ton waterverplaatsing en een maximale snelheid van 15 knopen.

Het schip werd door de KM gecharterd en vergezelde Smaldeel 5 op een reis naar Australië en Nederlands Nieuw Guinea. Deze tijdelijke marinetanker bevestigde de behoefte om over schepen van dit type te beschikken.
In december 1961 ondertekenden de Minister van Defensie, als opdrachtgever, enerzijds, en De Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, als leverancier, anderzijds het contract voor de bouw van een,B(evoorrading) O(p) Z(ee) tanker. Voor de som van ƒ22.175.000,00 (€10.062.576,29) verplichtte de werf zich het schip te bouwen en gereed voor dienst af te leveren.